Lees hier de artikels die reeds over de tuin of over het boek verschenen zijn...

  1. De Harde Gentse
  2. Aspers privé-arboretum met 550 soorten bomen en struiken
  3. Een tuin als full-time hobby
  4. Bezoek aan arboretum te Asper
  5. Het arboretum van Asper
  6. Rustica's en Harde Gentse

De Harde Gentse
Het fascinerende verhaal van de eerste tuinhybriden
Op het voorjaarsprogramma 1994 van de Belgische Dendrologische Vereniging stond een tuinenbezoek in Oost-Vlaanderen. Ook de tuin van Albert De Raedt in Gavere was er bij. Voor dat bezoek had hij toen wat tekst en uitleg over de "Winterharde Gentse Azalea's" bijeengeschreven in een klein artikel. En het artikel was interessant genoeg om het verder uit te werken voor publicatie in het Jaarboek van de Vereniging. Sindsdien groeide het onderwerp - de Harde Gentse - bij hem uit tot een ware passie. Fotograaf én dendroloog Roel Jacobs, die kort voordien de foto's had gemaakt voor het unieke boek "Bomen in België" (van Philippe de Spoelberch e.a.) stelde hem voor: "Als jij er nu eens een echt boek over maakt, dan zorg ik voor de foto's".

Het was de start van een zes jaar durend avontuur. Samen met enkele vrienden begon hij aan een speurtocht. In de omgang raakten ze al vlug bekend als de Drie Musketiers van de "Harde Gentse". Hun opdracht: terugvinden van wat er nog overbleef van deze groep azalea's, die in het begin van de 19e eeuw hun ontstaan kenden in en rond het Gentse. Elk jaar in mei ging het vriendentrio op stap naar talloze parken in binnen- en buitenland. Vorig jaar nog tot in het Arnold Arboretum van het Amerikaanse Boston. Altijd op zoek naar restanten van die azalea's. En resultaat hadden ze: 140 variëteiten Harde Gentse azalea's hebben ze teruggevonden.

Over die zoektocht én de resultaten ervan gaat dit boek. En over de soorten waarmee al die kruisingen zijn gemaakt. Uit de meer dan 650 verschillende variëteiten behandelt de auteur een ruime selectie. Ook de tuinen waar de planten teruggevonden zijn, komen uitgebreid aan bod. Maar het is meer dan een tuinenboek: het brengt ook het verhaal van de kwekers die vorige eeuw deze groep van prachtige azalea's op de markt brachten. De auteur kon daarvoor op de medewerking rekenen van Sabine De Groote (lic. Kunstgeschiedenis). Ze nam o.m. de jaargangen 1800-1860 door van "De Gazette van Gent". Dat resulteerde in een heel pak interessante en vaak totaal nieuwe gegevens over hoe het allemaal begon. We kunnen gerust stellen dat er geen diepgaander werk over het onderwerp is gepubliceerd.

Dit boek verschijnt in april 2000 - Prijs 1980 BEF. With extended summary in English.

Folder van het boek "De Harde Gentse".


Aspers privé-arboretum met 550 soorten bomen en struiken
Een tuin om in te verdwalen
Zelf duidelijk meer geïnteresseerd in rockmuziek, kroegen en het andere geslacht hadden wij het in onze jeugd niet zo begrepen op leeftijdsgenoten die gewapend met een flora de wijde natuur introkken om zich te wijden aan wat groeit en bloeit in veld en bos. Op latere leeftijd een fervent quizzer geworden daar heb ik al spijt van gehad. Een beuk van een eik onderscheiden en een roos van een lelie gaat nog net maar veel verder reikt onze botanische kennis niet. Daar komt weldra verandering in. Sinds ik een bezoek bracht aan het arboretum van de Antwerpse Asperling Albert De Raedt weet ik nu wat reuzeriet en gagel is, een lepelboom, kardinaalsmuts en Chinese moerascypres; weet ik dat er wilgeiken, moseiken en hulsteiken bestaan, dat een grootbladige linde symbool is van gastvrijheid. Wandel met PLUS mee door een anderhalf hectare grote tuin, gevuld met 375 verschillende soorten bomen en struiken en 175 soorten rododendrons en azalea's.

Het bescheiden landhuis langs de Gentsebaan in Asper waar Albert De Raedt, Gilberte Verhoye en hun dochter Anneleen verblijf houden, laat niet vermoeden dat er achter dergelijke botanische weelde bestaat. En toch. Achttien jaar geleden kocht De Raedt het voormalige stuk landbouwgrond, ter grootte van zowat drie voetbalterreinen. Drie jaar later startte de aanleg van wat nu een onvoorstelbaar mooie en rijke tuin is naar het model van de Engelse landschapstuinen.
"Eerder woonde ik op de Koppenberg en ook daar had ik veel "achteruit". Toen ik dit kocht was het met de bedoeling er iets creatiefs mee aan te vangen. Alleen wist ik niet goed wat. Mijn voorliefde voor planten en bomen (dendrofilie) dateert van mijn jaren bij de scouts, meteen na de oorlog. Luc Van Dijck, zoon van vrienden die voor landschapsarchitect studeerde, gaf de noodzakelijke impuls. Plannen en ontwerpen volgden elkaar op. Mijn handen jeukten al om er met de spade in te vliegen. Uiteindelijk kwam er gedurende twaalf dagen een graafmachine, een week lang een bulldozer en nog eens enkele dagen werken met kipkarren aan te pas. Er werd gegraven en genivelleerd. Rond de jaarwisseling '80-'81 begonnen we met de aanplantingen. Eind 1981 was de voorplanting voor drie kwart voltooid. Vooraf was rondom een tien meter brede struweelbeplanting aangebracht als wind- en zichtscherm. Ik verheel u niet dat ik de hele onderneming behoorlijk onderschat had. Maar de vreugde was er des te groter om."

Kringloop
Laat duidelijk zijn dat de tuin, zeg maar het arboretum, van Albert De Raedt privé-domein is en dus niet openstaat voor publiek bezoek. De tuin staat wel vermeld in het boek "Open Tuinen" van Christine De Groote dat onlangs van de pers liep en nogal wat media-aandacht kreeg. "Ik zoek zeker niet naar publiciteit. Geregeld komen mensen, alleen of in groep langs om de tuin te bezoeken. Hen rondleiden neemt al snel anderhalf tot twee uur in beslag. Ik doe dat wel heel graag maar je mag er uiteindelijk niet de slaaf van worden. Vaak vraag ik me af hoe ik het vroeger, toen ik nog beroepsactief was, klaarspeelde om alles te onderhouden. Nu ik gepensioneerd ben kom ik vaak nog tijd te kort om alles te houden zoals ik het graag zou hebben. Zeker op dit ogenblik, nu heel wat planten en struiken enorm afzien van warmte en droogte. Een fikse regenbui zou me meer dan welkom zijn. Ooit zei een Amerikaan mij dat zijn hobby "gardening" was, "just gardening, nothing else". Toen begreep ik dat niet. Nu des te meer (lacht). Snoeien neemt heel wat tijd in beslag. Leuk is dat ik een gesloten kringloop bewerkstellig. Grof hout gaat de kachel in, fijn hout wordt gehakseld en belandt met gazonmaaisel en keukenafval op de composthoop. Net als de as wordt die in de tuin weer ingevoerd. Mijn tuin bevat in hoofdzaak bladverliezende planten, weinig coniferen."

Azalea's
Ondanks de schitterende verscheidenheid aan aanplantingen steekt bij De Raedt toch ook de verzamelwoede de kop op. "Van de carpinus (haagbeuk) probeer ik het volledige geslacht met zoveel mogelijke cultuurvariëteiten te verzamelen. Dat zijn er nogal wat. Een andere voorliefde is die voor rododendrons en azalea's, die tot dezelfde familie behoren. Met vrienden ben ik bezig aan een studie over de "Harde Gentse" azalea's. Ooit bijna helemaal verdwenen, nu opnieuw met commercieel doel geteeld. Daarover heb ik al gepubliceerd in het boek van de Belgische dendrologie-vereniging. Dat leidde tot internationale contacten en een aangename vriendenkring van collega's amateur-dendrologen."

Hadden wij vroeger toch maar van zo'n man biologieles gekregen.

Tekst: Lieven
PLUS


Een tuin als fulltime hobby
Een tuin legt men meestal aan voor eigen plezier. Maar de tuin van Albert De Raedt uit Asper vinden we nu net iets te mooi om verborgen te houden. Als één van de vele deelnemers van de opentuindagen brachten we hem op voorhand al eens een bezoekje. Nooit gedacht dat we langs de drukke Gentsebaan zo'n natuurparadijs zouden vinden.

Albert De Raedt heeft al z'n hele leven een grote belangstelling voor planten en bomen. Pas toen hij 18 jaar geleden in Asper neerstreek, begonnen de groene vingers echt te jeuken. "Ik kocht hier inderdaad een stuk landbouwgrond van 1,5 hectare, dus zowat drie voetbalvelden groot", vertelt hij. "Ik wenste een Engelse landschapstuin met een vijver en slingerende paadjes, gecombineerd met een verzameltuin. Het ontwerp en de uitvoering liet ik over aan tuinarchitect Luc Van Dijck. Na 17 jaar ziet u hier het resultaat."

Na een flink uurtje wandelen met het zicht op 450 verschillende soorten bomen en struiken en nog eens 300 verschillende rododendrons en azalea's, kunnen we de man alleen maar met bewondering aankijken. Hoe is dit te onderhouden? "Mijn tuin is mijn fulltime hobby", vertelt Albert De Raedt. "Het grootste werk bestaat erin om alles in toom te houden. Dus moet er zeer regelmatig gesnoeid worden. Dit wordt allemaal gehakseld en vermengd met het gras van het gazon en uiteindelijk gecomposteerd. Het compost wordt na een tijdje weer de tuin ingevoerd. Dus creëer je op die manier een gesloten kringloop. Ook onkruid is een behoorlijke opgave. Gelukkig staan er tamelijk wat bodembedekkers." De grote trots van het arboretum zijn ongetwijfeld de tientallen verschillende soorten eiken, esdoorns, elzen, beuken en haagbeuken

"Het is niet altijd zo gemakkelijk om voor een nieuwe plant nog een geschikt plekje te vinden," vertelt hij. "Soms moet je met spijt in het hart al eens iets weg doen. De laatste jaren leg ik mij bijvoorbeeld toe op het verzamelen van carpinus (haagbeuk), rododendrons en azalea's."

Archieven
Vooral met de azalea's ontwikkelde Albert De Raedt een grote passie die verder reikt dan zijn tuin alleen. Samen met enkele vrienden dook hij ook de archieven in om een studie te maken over de "Harde Gentse azalea". Samen gaan ze dan ook op zoek naar die specifieke planten om ze weer opnieuw in Gent te kweken.

"De tuin is echt op z'n mooist in mei", vertelt Albert De Raedt tot slot. "Dan is hier een heuse rijkdom aan bloemen. Ook tijdens de herfstperiode is het hier zeer aangenaam vertoeven met die specifieke herfstkleuren. Maar toch is er het hele jaar door wel ergens een bijzonder hoekje te vinden. Je moet er alleen de tijd voor nemen om er van te genieten."

Tekst: S.D.G
Het Volk


Bezoek aan arboretum te Asper
In al die overweldiging
van bloemen, blad en boom,
was 't een en al verwondering,
ontroerend schouwend schoon.

O golvend goed vol zoete schijn
waar zon deed openkleuren,
het kon als 't ware d'hemel zijn,
een huis vol gulzig geuren.

't Was vanzelfsprekend daar zo stil
waardoor ik mij liet voeren
wijd ogend door een gulle bril,
genoeg om 't hart te roeren.

© Gerard Vekeman


Het arboretum van Asper
Langsheen de drukke weg van Gent naar Oudenaarde, ligt de tuin van Albert De Raedt verborgen. Een tuin die in de streek bekend staat als het arboretum van Asper. De eigenaar zelf blijft bescheiden, en spreekt over zijn " verzameling planten ".

Albert houdt van planten en van bomen. Het is een band die gegroeid is sinds hij als welpje bij de scouts de eerste struiken leerde benoemen. Toch is hij pas echt met tuinieren begonnen toen hij als volwassene naar Asper verhuisde en de kans kreeg een weide te kopen, van wel drie voetbalterreinen groot. Op deze grond wou hij zijn droomtuin realiseren.

Voor het tuinplan schakelde hij Luc Van Dijck, een bevriend tuinarchitect in. Die kende Alberts voorkeur voor Engelse landschapstuinen en wist vrij snel welke kant hij uitwou. Kort daarna werd de hele oppervlakte omgewoeld, en konden de aanplantingen beginnen. De Raedt besliste de tuin niet te laten effenen, en het reliëf dat door de graafwerken ontstaan was, te gebruiken.

Eerst en vooral werd er werk gemaakt van de kanten. Hier werden dichte struiken aangeplant, die de tuin nu afschermen van de wind en zorgen voor een microklimaat. Daarna werden smalle paadjes getrokken tussen de verschillende niveaus, die de bezoeker van de ene tuinsfeer naar de andere moeten brengen. Want variëteit was van in het begin gepland. Zo is er bijvoorbeeld een moerastuin, met planten die houden van een vochtige omgeving, zoals de Kalimia. Hierachter ligt een kleine heuvel, waar op een open plek Erica, Calluna en andere heideplanten een plaatsje kregen. Kleine " holle " wegen, beplant met beuken, eiken, en allerlei geurende heesters en kruidige planten, voeren onder meer naar een schaduwtuin met camelia's en rododendrons. In een dieper gedeelte werd een vijver voorzien, met op het oppervlak zuurstofinbrengende planten, waaronder krabbescheer (een plant die fel woekert en dus in bedwang moet worden gehouden). Langsheen de vijver groeien bomen en struiken die houden van een vochtige grond en die de tuin in de herfst een heel bijzonder cachet geven. Als de prachtige herfstkleuren weerspiegeld worden in het wateroppervlak, lijkt het wel of je in Canada bent.

Aan het einde van de tuinwandeling ligt een open grasveld, waar een mooie tulpenboom of Liridodendron pronkt. Seringen bloeien en geuren heerlijk in de vroege zomer en laagbloeiende heestertjes zorgen tot laat op het seizoen voor kleur.

Daarmee sommen we maar een beperkt aantal plantensoorten op, want wie de tuin nu bezoekt, komt via kleine, smalle paadjes langs niet minder dan 375 verschillende bomen en struiken en 180 soorten rododendrons en azalea's. Genoeg, om je niet meer te kunnen voorstellen dat de tuin amper 15 jaar bestaat. De tuin lijkt ook veel groter dan de anderhalve hectare die hij in werkelijkheid is. Er werden zoveel gezellige hoekjes gecreëerd, dat het moeilijk is je te oriënteren wanneer je er de eerste keer komt. Wel vaker hoort De Raedt dat bezoekers het gevoel hebben dat ze verdwaald zijn.

De tuin heeft ook een ecologische waarde: er leven veel vogelsoorten, die aangetrokken worden door de dichte begroeiing, het water is er visrijk en er heerst een rust die je nog zelden vindt. De Raedt maakt ook zelf compost van het snoeiafval, dat samen met het afgemaaide gras, de as uit de open haard en het keukenafval op een hoop komt. Het vormt een ideale voedingsbodem voor alle planten. Bij nieuwe beplantingen wordt het compost met de grond gemengd. Bij oudere beplantingen wordt het rond de plant geschept. Na verloop van tijd verteert het en bemest het de grond.

Blikvangers
De bladverliezende rubberboom of Eucommia ulmoides. Wanneer u het blad middendoor scheurt, komt er een latexachtige witte stof uit
Myrica gale, een struik die een heerlijke kamfergeur verspreidt op warme dagen
Een mooie collectie Kalmia's in de moerastuin
Rhododendrons en azalea's
Een tulpenboom of Liridodendron

Tekst overgenomen uit artikel Elga


Rustica's en Harde Gentse
Dendrologen zijn geen dagjesmensen die tuinen platlopen. Als leergierige plantkundigen hebben zij misschien meer respect dan wie ook voor het jonge en oude groen dat zoveel kan betekenen voor het heden en de toekomst. Ook geïnteresseerd? Volg dan onze gids en blijf op de paadjes.

Huis een voortuin, langs de drukke weg van Gent naar Oudenaarde, waar gastheer Albert De Raedt woont, laten niet vermoeden dat hier een bijzonder rijke plantenverzameling wacht op de echte liefhebber. Meer dan twintig jaar geleden was het één van de zovele bouwpercelen die achteraan uitkeken op een of andere akker, in dit geval een maïsveld. En de boer, … hij ploegde niet meer voort. Dé kans dus om in het bezit te komen van een 1,5 ha groot terrein, vlak en bewerkt. Samen met tuinarchitect Luc Van Dijck werden grootse plannen gesmeed, die in 1981 het onmogelijke mogelijk zouden maken: een landschappelijke tuin met smalle paadjes langs glooiende profielen met een select plantengezelschap dat een zeer natuurlijke sfeer uitstraalt; een beetje naar Engels model. Als liefhebber van houtachtige gewassen, als dendroloog, kon mijnheer Albert in zijn vrije tijd en later als gepensioneerde een voltijdse betrekking met zijn tuin onderhouden.

Vooral kruisingen boeien hem. Wanneer beide ouders en hun " kind " samen in de tuin kunnen verblijven op een vleugje afstand van elkaar, dan is dat toch b(l)oeiend om zien. Zo staat dochter " Merill ", een kruising tussen Magnolia kobus en M. stellata(Magnolia x loebneri geheten), op het grasveld bij de veranda in maart te pronken met witte juwelen.
Of, voor wie het groter wil zien : zoon " Pondaim " met als ouders Quercus pontica en Q. dentata. Bij iedere plant kan deze gids halthouden en er een persoonlijk verhaal of botanische geschiedenis over vertellen.
Die uitgebreide verzameling bomen en struiken, van de meest diverse geslachten en soorten, zal rond de 450 exemplaren tellen. Onopvallende meevaller in deze tuin is het feit dat de grond onder die houtachtigen overal bedekt is met bodembedekkende planten waardoor je nooit de indruk krijgt in een plantenverzameling rond te dwalen, al zitten bij de meeste planten toch wel naamkaartjes voor de geïnteresseerden.

Wie vooral van het geslacht Rhododendron houdt, zal in deze open tuin zijn ogen niet kunnen sluiten. 300 verschillende rododendrons en azalea's staan verspreid langs de kronkelende, smalle wandelpaadjes, in de halfschaduw van grote broers. Vooral een uitgebreide collectie Harde Gentse en Rustica's, azalea's met een roemrijk verleden, hebben bij Albert De Raedt een bijzondere plaats ingenomen, in zijn tuin en in zijn hart. Na jarenlang opzoekingswerk staat nu alles chronologisch en plantkundig geregistreerd in een computerbestand, bijna klaar om te dienen voor de uitgave van een boek, dat er in 2000 aankomt: " De Harde Gentse ".

Tekst : Jaak Smeulders
Maandblad Hobbytuin (mei editie van 1999)